Misvattingen over vlees #3: zouden gewassen kunnen worden geplant op land dat wordt gebruikt voor de Engelse veehouderij?

Na de kwestie van de ecologische voetafdruk van de Engelse veehouderij zal in het derde stuk van deze serie de conventionele wijsheid worden onderzocht dat gewassen kunnen worden geplant op grond die voor de Engelse veehouderij wordt gebruikt.

Het Britse klimaat is ideaal voor het kweken van het gras dat nodig is om de dieren te voeden. Volgens een studie uit 2019 is 65% van de landbouwgrond in het Verenigd Koninkrijk beter geschikt voor het verbouwen van gras dan voor andere gewassen. Als dit land niet werd gebruikt voor vee, kon het niet worden gebruikt voor de productie van voedsel. Daarentegen maakt het feit dat deze grond kan worden gebruikt als weiland voor vee, het mogelijk om gras, dat niet eetbaar is voor de mens, te produceren tot vlees- en zuivelproducten met een hoge voedingskwaliteit.

Goed beheerde weilanden, en de hagen die ze omringen, kunnen ook CO2 absorberen en opslaan dat anders in de atmosfeer zou vrijkomen. De CO2-absorptie kan worden verbeterd door een goed begrazingsbeheer.

Graasweiden kunnen dus voedsel produceren terwijl de bodem bedekt blijft met vegetatie, de kwaliteit en de opslag van het water wordt verbeterd, bodemerosie wordt voorkomen en dieren in het wild hun habitat hebben. Volgens botanisch expert Dr. Trevor Dines zou een goed weidebeheer kunnen zorgen voor 770 soorten wilde bloemen, wat cruciaal is voor de biodiversiteit, aangezien bijna 1400 soorten bestuivers en andere insecten afhankelijk zijn van rijke weidegronden om te kunnen overleven.

Misvattingen over vlees #2: de ecologische voetafdruk van de Engelse veehouderij

Na het bespreken van de broeikasgasproductie van de Engelse veehouderij wordt in dit artikel dieper ingegaan op de milieuvoetafdruk van de Engelse veehouderij en de mythe dat de veehouderij slecht is voor het milieu. In tegenstelling tot deze mythe is in het Verenigd Koninkrijk aangetoond dat het vee rechtstreeks bijdraagt aan de biodiversiteit.

Het is waar dat vee een belangrijke rol speelt in het behoud en de verbetering van natuurlijke habitats. In sommige gevallen spelen ze zelfs een essentiële rol, zoals voor het tijmblauwtje (Phengaris arion) waarvoor weilanden een ideale habitat zijn. In feite draagt een goed begrazingsbeheer bij aan het behoud van veel prioritaire habitats zoals kalkgraslanden en bergweiden. Volgens een studie uit 2019 bevindt 53% van de sites van wetenschappelijk belang zich op bergweiden, en 96% van deze sites bevindt zich in gunstige of herstellende omstandigheden.

Naast de rol die het vee speelt bij het behoud van natuurlijke habitats, draagt het ook bij aan het behoud of de verbetering van de bodem die voor de gewassen wordt gebruikt, zoals verschillende studies hebben aangetoond. Bij goed gebruik kan mest een zeer effectieve meststof zijn. Het bevat veel voedingsstoffen die gewassen helpen om goed te groeien en kan ook de snelheid van waterfiltratie en -retentie verbeteren. Het gebruik van deze natuurlijke meststof vermindert ook het gebruik van chemische verbindingen zoals lachgas.

In de meeste landbouwgebieden in het Verenigd Koninkrijk zijn ook strenge regels ingevoerd om de watervervuiling door mest en de luchtvervuiling door ammoniak te beperken. Een andere studie belicht ook de processen die boeren hebben ingevoerd om de ammoniakconcentratie in de door het vee geproduceerde mest te verminderen, een proces dat zowel duurzaam als rendabel voor hen is.

Het gebruik van water voor de veeteelt wordt ook vaak in twijfel getrokken door milieuactivisten. Maar het meten van het waterverbruik is vrij complex. Bij de berekening van de watervoetafdruk van een activiteit wordt het water meestal in drie verschillende groepen verdeeld:

  • Groen water: water van de neerslag, dat wordt gebruikt waar het valt door gewassen en weilanden – dit water kan in principe niet voor iets anders worden gebruikt.
  • Blauw water: water dat rechtstreeks uit een kraan komt.
  • Grijs water: zoet water dat wordt gebruikt om vervuiling te verdunnen.

Het gebruik van water verschilt van boerderij tot boerderij. Voor rundvlees is naar schatting 17.000 liter water nodig om een kilo Engels rundvlees te produceren. Echter, slechts 0,4% van deze 17.000 liter water is eigenlijk blauw water, en maar liefst 84,4% is groen (regen)water dat wordt gebruikt voor het onderhoud van de weilanden. De rest is grijs water.

Voor lamsvlees wordt geschat dat er 57.759 liter water nodig is om een kilo Engels lamsvlees te produceren. Dit cijfer omvat slechts 0,1% blauw water en 96,6% groen water, dat opnieuw wordt gebruikt voor het onderhoud van de weilanden. De rest is grijs water.

Zoals uit deze cijfers blijkt is groen water het grootste deel van het water dat voor de Engelse veehouderij wordt gebruikt. Groen water zou anders nauwelijks zijn gebruikt. In tegenstelling tot de productiesystemen die in sommige landen waterirrigatie vereisen, is het werkelijke hydraulische effect van Engels rund- en lamsvlees zeer klein.

Hoe zit het met de melkproductie? Men gaat ervan uit dat er 8 liter blauw water nodig is om een liter melk te produceren. Dit cijfer kan echter worden vergeleken met de 158 liter blauw water die nodig is om een liter amandelmelk te produceren.

Vaak wordt vergeten dat het fokken ook wol oplevert, een 100% natuurlijke, biologisch afbreekbare en hernieuwbare vezel, aangezien de schapen elk jaar een nieuwe vacht produceren. Het is ook een uitstekende isolator die de uitstoot van kooldioxide vermindert bij gebruik thuis. Maar deze ongelooflijke natuurlijke hulpbron is alleen beschikbaar als er een winstgevende veeteeltindustrie is.

Er zijn dus veel factoren waarmee rekening moet worden gehouden bij de berekening van de ecologische voetafdruk van de Engelse veehouderij. Het is ook belangrijk om te vermelden dat veel boeren helpen met de productie van hernieuwbare energie, bijvoorbeeld met de installatie van zonnepanelen of windturbines die miljoenen huizen van energie voorzien.

Tot slot trekken de bucolische landschappen van het Engelse platteland, die grotendeels door de landbouw zijn ontstaan, elk jaar meer dan 3 miljoen toeristen aan, wat bijdraagt tot het behoud van de lokale economie. Attracties op het Engelse platteland zijn onder andere een reeks Nationale Parken en AONB’s (Areas of Outstanding Natural Beauty) die bijna 70 miljoen dagjesmensen per jaar ontvangen en in totaal 1,78 miljard pond uitgeven.

Misvattingen over vlees #1: Engelse veehouderij en broeikasgassen

Wij stellen voor om samen een aantal, vaak ongegronde, vooroordelen over de productie van vlees en melkproducten te analyseren. We beginnen met een wijdverbreide mythe: de productie van rood vlees en melkproducten zou de belangrijkste bron van broeikasgasemissies zijn. In realiteit zijn we daar in het Verenigd Koninkrijk nog ver van. In dit artikel, dat gebaseerd is op de laatste studies, kunt u meer te weten komen over de productie van broeikasgassen door de Engelse veehouderij.

Allereerst is het belangrijk om te beseffen dat rood vlees niet overal ter wereld op dezelfde manier wordt geproduceerd. In Groot-Brittannië wordt het vee voornamelijk met gewoon gras gevoederd. Volgens een verslag van de Britse Commissie Klimaatverandering ligt de uitstoot van broeikasgassen door de Britse rundveehouderij dan ook meer dan 50 procent onder het mondiale gemiddelde, waardoor het een van de meest efficiënte en duurzame rundveehouderijsectoren ter wereld is.

De Britten behoorden tot de eersten die de weg insloegen naar een aanpak die meer respect heeft voor het milieu en het dierenwelzijn. Vandaag behoren de normen voor de productie van Brits vlees en Britse zuivelproducten ook tot de hoogste ter wereld. Volgens cijfers van dezelfde commissie is de uitstoot van broeikasgassen door de melkproductie in het Verenigd Koninkrijk bijvoorbeeld sinds 1990 met 24% gedaald. En het doel is om dit cijfer verder te verlagen door het gebruik van nieuwe benaderingen omtrent het fokken en voederen van rundvee. Nog veelzeggender is dat als alle melkkoeien ter wereld even productief zouden zijn als de Britse koeien, er slechts 76 miljoen melkkoeien nodig zouden zijn om aan de wereldvraag te voldoen, te vergelijken met de 278 miljoen die er momenteel in de wereld zijn. De effectiviteit van het Engelse systeem moet dus niet langer gedemonstreerd worden.

In 2017 was de totale uitstoot van broeikasgassen in de landbouwsector slechts goed voor 10% van de totale uitstoot van broeikasgassen in het Verenigd Koninkrijk, waarvan 5,7% afkomstig was van vee en schapen (vergeleken met een EU-gemiddelde van ongeveer 9,1%). Door middel van maatregelen zoals het gebruik van natuurlijke voederadditieven, verbetering van de diergezondheid en fokprogramma’s wil de sector de uitstoot van broeikasgassen door de veestapel in de toekomst verder verlagen.

Het is ook belangrijk om op te merken dat weilanden en de hagen ook een deel van de koolstof opslaan die door de dieren worden uitgestoten. Sommige studies suggereren dat graslanden nog betere absorbeerders van kooldioxide zijn dan bossen.

Maar de uitstoot van broeikasgassen is niet beperkt tot kooldioxide: in het Verenigd Koninkrijk is CO2 verantwoordelijk voor 81% van deze uitstoot, terwijl de resterende 19% voornamelijk bestaat uit methaan (11%) en lachgas (4%). De methaanuitstoot van de Britse landbouw vertegenwoordigt slechts 5,5% van de BKG-uitstoot van het land.

Het verschil tussen al deze broeikasgassen? Hun impactverschil: BKG’s zoals methaan zijn van korte duur, terwijl andere, zoals CO2 en lachgas, van lange duur zijn. Het zijn dan ook die laatste gassen die het meest bijdragen aan de opwarming van de aarde.

Volgens recent onderzoek van de Universiteit van Oxford zou een lagere methaanuitstoot echter leiden tot een stabilisatie of een daling van de wereldwijde temperatuur. Verbeteringen in de productiviteit van graasvee zouden de milieu-impact van de productie van rood vlees en zuivel sterk verminderen. Om de opwarming van de aarde te beperken, is de prioriteit voor de Engelse landbouwsector dan ook om de niveaus van langlevende gassen, zoals CO2, te verminderen en tegelijkertijd het methaangehalte geleidelijk aan te verlagen.

DH – Juni 2020

The Brussels Magazine – Juni 2020

Food & Meat – November 2019

Food & Meat – april 2018

Food & Meat – februari 2018

L’agneau est toujours de la fête à Pâques