Misvattingen over vlees #4: Britse koeien en schapen eten oogsten die de mens zou kunnen eten

21 juli 2020

In ons vorige artikel hebben we uitgelegd waarom het vaak niet mogelijk is om oogsten te verbouwen op land dat door Britse koeien en schapen wordt gebruikt. Maar moeten deze runderen ook oogsten consumeren die ze dus eigenlijk aan de mens onttrekken? Dit is de vierde misvatting over vlees die we in dit artikel zullen bespreken.

Het is duidelijk dat vee en mensen niet dezelfde soorten oogsten consumeren. Ongeveer 70% van het typische dieet van de Britse rundveestapels bestaat uit gras, terwijl de rest bestaat uit bijproducten, kuilvoer en graan van oogsten die nooit zouden zijn gebruikt in de menselijke voedselketen.

87% van het Britse rundvlees wordt geproduceerd met behulp van een voornamelijk op voeder gebaseerd dieet. De Britse rundvleesproductie is dus geen factor in de ontbossing, zoals vaak in andere delen van de wereld.

We mogen ook niet vergeten dat het geven van een kleine hoeveelheid graan aan runderen en schapen, of eiwithoudende oogsten, als aanvulling op een dieet op basis van voeder, hen in staat stelt om meer eiwitten te produceren voor menselijke consumptie. Zo is bijvoorbeeld aangetoond dat runderen en melkkoeien meer eiwitten aanmaken dan ze opnemen uit oogsten die door de mens kunnen worden geconsumeerd. Uit een studie van 2017 blijkt inderdaad dat ze voor elke kilogram plantaardig eiwit, dat geschikt is voor menselijke consumptie maar geconsumeerd wordt door melkkoeien, 1,41 kilogram eetbaar eiwit voor de mens produceren. Rundvee daarentegen produceert 1,09 kilo eetbaar eiwit voor elke kilo geconsumeerd plantaardig eiwit dat mogelijk eetbaar is voor de mens.

Veeteeltproducenten gebruiken ook restproducten zoals bierbostel of draf en bijproducten zoals broodkorst om hun dieren te voeden. Dit vermindert hun broeikasgasvoetafdruk en voorkomt dat deze producten op stortplaatsen terechtkomen.

Als conclusie kan worden gesteld dat door het verbeteren van het gebruik van bijproducten en residuen van gewassen als voer voor dieren, en door gebruik te maken van hun unieke vermogen om een divers scala aan voedselbronnen te consumeren, waarvan vele niet verteerbaar zijn voor de mens, het mogelijk is om de veerkracht van de voedselproductie in een veranderend klimaat te vergroten.